De superpromoter wordt gespeld met een "e" op het eind. Het is dus niet superpromotOr. Ik wil hier toch even een Blog aan wijden omdat het woord bijna net zo vaak fout gespeld wordt als goed. Nu ben ik geen taalpurist maar het is wel jammer, onnodig en met name ook onhandig in deze tijd van zoekmachines. Dat het zo vaak mis gaat is ook wel verklaarbaar. In het Nederlands wordt het woord in de betekenis van "medestander" of "iemand die iets promoot" namelijk gespeld als promotor. Als je puur van het Nederlands uit zou gaan dan zou het dus "superpromotor" moeten zijn in plaats van "superpromoter". In het Engels of het Amerikaans wordt "iemand die iets promoot" echter gespeld als promoter. Bij de keuze voor spelling is van de Angelsaksische spelling van het woord promoter uitgegaan. Het boek wordt immers ook in het Engels vertaald en het woord wordt in een internationale context gebruikt. Het woord op twee manieren spellen naar gelang je het woord in een Nederlandse of een internationale context gebruikt is voor mij geen optie. In het Nederlands wordt de "Net promoter Score" ook niet vertaald naar het "Netto Promotor Resultaat". In de jaren 50 was een dergelijke vertaling misschien nog gangbaar maar in onze geglobaliseerde maatschappij van 2009 is dat, in mijn ogen, niet meer gepast. Het woord superpromoter wordt dus gespeld met een "e". Als Neerlandici dit willen betwisten vraag ik me af of dat überhaupt mogelijk is, aangezien het een nieuw woord betreft. Als je als auteur een woord bedenkt dan mag je toch ook zelf bepalen hoe het geschreven wordt? Als Cees Buddingh' zijn gedicht de Blauwbilgorchel had willen noemen had ook niemand hem tegengehouden toch? Voor de liefhebbers hieronder het briljante gedicht van Buddingh'
De blauwbilgorgel
Een gedicht van Cees Buddingh'
Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind'ren van.
Raban! Raban! Raban!
Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!
Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!
Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!